‘Boris! Boris! Blijf bij ons! We hebben je nog nodig hier.’ klinkt er vanuit de ambulance. Een brancard komt de intensive care binnenstormen. Op het bed ligt een 26-jarige jongen die zojuist van een brug af is gesprongen. Een zwerm aan verpleegkundigen cirkelt in professionele paniek om het bed heen. ‘Hij valt weg! Zijn bloeddruk is onmeetbaar laag.’ zegt een verpleegster. Een arts komt binnen gestormd: ‘hij moet met spoed naar de operatiekamer.’ Onder begeleiding van zes witte jassen verdwijnt Boris door twee steriele schuifdeuren.

‘Had ik maar beter naar hem geluisterd gisteren.’ zegt Shanna, de vriendin van Boris, tegen een verpleegster. De tranen glijden langs haar wangen. ‘Gisterenavond klaagde hij dat hij het niet meer zag zitten, maar ik nam hem niet serieus.’ Ze kijkt lijdzaam toe hoe haar Boris door de deuren van de operatiekamer verdwijnt. Het lot van haar vriend ligt nu in andermans handen. Vol ongeloof laat ze haar hoofd vallen op de schouders van de verpleegster naast haar.

‘Vanuit hier kunnen we niks meer voor hem betekenen lieverd. Vanaf nu zal hij het echt zelf moeten doen.’ zegt de verpleegster. Shanna weigert echter haar zelf opgelegde verantwoordelijkheid te ontduiken. ‘Als ik gisteravond even tijd voor hem had gemaakt, was dit nooit gebeurd. Ik ben zo vreselijk stom geweest. Een luisterend oor was het enige waar hij om vroeg, maar zelfs dat was teveel gevraagd. Alles ligt aan mij.’ zegt Shanna snikkend. Ontroostbaar blijft ze achter in de lege wachtkamer.

‘We verliezen hem!’ roept de arts in de operatiekamer. De hartslagmonitor geeft een vlak piepsignaal Een horizontale groene streep loopt dwars over het gehele scherm. ‘Pak de defibrillator erbij!’ roept de arts. Met een harde elektrische schok schiet de borstkas van Boris omhoog. Een hartslag blijft uit. Nogmaals wordt het levenloze lichaam met twee zwarte paddels van de operatietafel gestoten. 300 joule aan spanning vliegt er door de borstkas van de jonge Boris heen.

Shanna’s ogen zijn gericht op de witte deuren waar haar grote liefde 20 minuten geleden door verdween. Haar paniek heeft inmiddels plaatsgemaakt voor ontkenning. Dit kan haar niet overkomen. ‘Niet vandaag, niet nu, niet deze avond.’ zegt ze tegen zichzelf. Haar Boris zat gisteren nog naast haar op de bank, met zijn hand tussen haar dijen.  Ze stelt zichzelf verder gerust: ‘niemand laat het leven voor wat het is op zijn 26e.’

Dan slaat één van de deuren open. Een verpleegster kijkt aftastend de wachtkamer in. Op het moment dat ze Shanna ziet, laat ze haar kin vallen richting haar borst. Met haar ogen op de gemêleerde linoleum vloer gericht loopt ze richting Shanna. Ze kijkt Shanna aan en schudt haar hoofd. Shanna barst in tranen uit.

‘Ik had er voor hem moeten zijn.’ verwijt ze zich opnieuw. ‘Op het moment dat hij me het hardst nodig had was ik er niet. Zijn enige steun en toeverlaat. Het had anders kunnen lopen…’

‘Maar lieverd, dit kan je niet alleen jezelf aanrekenen. Er zijn heel veel mensen die een rol hebben gespeeld in dit tragische ongeluk.’ zegt de verpleegster.

‘Ja,’  zei Shanna, ‘maar ik was de laatste druppel.’

De verpleegster trekt Shanna naar zich toe. Ze klemt haar vochtige wangen tegen haar warme borstkas.

‘Alle druppels in de emmer kunnen zeggen dat zij de laatste zijn geweest. Ze claimen allemaal dat het door hen, en door hen alleen komt dat het water is overgelopen. Maar ze vergeten voor het gemak dat ze gewoon één kleine druppel zijn. Een onnozele druppel tussen alle andere.’

En de laatste traan rolt over Shanna’s wang.

Comments

comments

Laat een antwoord achter