Wat is zelfvertrouwen? Hoe bouw ik zelfvertrouwen op? En hoe zorg ik ervoor dat andere mensen mijn zelfvertrouwen niet ondermijnen?

Ik ben een blogger. Ik vind het belangrijk om mensen dingen te laten zien of inzien. Bij voorkeur dingen waar ze eigenlijk nog nooit over na hebben gedacht. Of althans, vaak niet bewust over na hebben gedacht. Mijn doel is mensen te voorzien van andere zienswijzen, een nieuw perspectief of een verfrissende blik. Eigenlijk mensen meenemen in een proces van bewustwording. En uiteraard een blijvende impact creëren.

Bovendien probeer ik  dingen die moeilijk bespreekbaar zijn, bespreekbaar te maken. Soms gaat dat over oude relaties, soms over vriendschap, maar ook over discutabele tradities of over ongezonde ideaalbeelden. De dingen die ik aankaart zijn vaak persoonlijk. Ze gaan over mezelf en dan vooral over de diepere lagen in mezelf. De lagen die normaal gesproken niemand ziet. Mocht je geen idee hebben waar ik het over heb, dan moet je dit blog over avocado’s eerst lezen.

Jezelf bloot geven impliceert dat je jezelf kwetsbaar op moet durven stellen. Jezelf kwetsbaar opstellen impliceert het risico lopen dat mensen je kunnen raken. Het is alsof je jouw mentale achilleshiel op een schietschijf plaatst. Daarom is het blootgeven van jouw innerlijke ik eng.

Aan de andere kant kleven er ook voordelen aan jezelf bloot geven. Door jezelf bloot te geven, geef je jouw geest de vrije ruimte. Het is een manier om te denken zonder restricties; de plekken van het brein te bewandelen waar je nog nooit geweest bent – en om deze mooie plekken vervolgens met anderen te delen. Je hoeft niet naar Thailand om jezelf te vinden en kan ook backpacken in je eigen bovenkamer. Klinkt heel zweverig allemaal, en dat is het eigenlijk ook, maar ik zweef liever in de lucht dan dat ik gevangen zit in mijn eigen bovenkamer.

Een vrije geest is een belangrijk middel om je volle potentieel te benutten. Een ingedamde geest beperkt je in de ontwikkeling richting de persoon die je wilt zijn.”

Als blogger begeef ik mezelf op een relatief narcistisch platform. Niemand vraagt om jouw mening. Je dringt je mening min of meer aan anderen op en hoopt dat mensen jouw mening delen. Columns en artikelen het wereldwijde web in slingeren is niet zo makkelijk als het lijkt. Voordat je op het punt beland bent waarop je een lap tekst waardig genoeg acht om te delen met iedereen die daar toegang tot heeft (eigenlijk iedereen met een computer en internet dus) moet je een aantal barrières doorbreken.

Jouw visie op de wereld delen met een publiek waarvan je niet weet wat de reactie zal zijn is eng. Er bestaat immers de kans dat je enorm op je bek gaat. Mensen kunnen jouw mening bijvoorbeeld niet delen. Vaak zal dit resulteren in het negeren van jouw mening. In een minder gunstig geval maken mensen publiekelijk kenbaar dat je ‘onzin lult’. Als jij 12 uur in het schrijven van een artikel hebt gestoken en iemand reageert met: ‘Wat een kut artikel. Je bent een verzuurde lul,’ dan voelt dit niet fijn. Risico van het vak. Dat sowieso. Maar het gaat niet onopgemerkt aan je voorbij.

Ondanks dat kan kritiek ook zeer verhelderend werken. Het vormt je. Niemand is als persoon gegroeid door schouderklopjes te incasseren. Natuurlijk voelt het fijn om erkenning voor je harde werk te ontvangen. Dat staat buiten kijf. Alleen soms vind ik dat die schouderklopjes je terug in je luie stoel drukken. Je hebt minder de drang om jezelf te bewijzen als iets je al gelukt is. Als iemand zegt dat je iets niet kan terwijl jij overtuigt bent dat je het wel kan, dan wil je hun ongelijk bewijzen.

Ongefundeerde kritiek op iets waar jij je ziel en zaligheid in hebt gestopt is de brandstof tot het bereiken van grote dingen. Anderzijds kan het ook een gevoel van onmacht geven. Stel dat jij er alles aan gedaan hebt om een eindproduct af te leveren waar je volledig achter staat. Maar zodra je het online gooit, ontvang je een stortvloed aan negatieve reacties. In zo’n geval is machteloosheid soms de enige logische reactie. 

Of misschien toch niet? 

Mijn jeugd

Al op jonge leeftijd heb ik ervaren hoe onmacht aanvoelt. Waar alle jongens in mijn directe omgeving langer, gespierder, hariger en mannelijker werden, werd ik nog aangesproken met ‘mevrouw’ als ik de telefoon opnam. Ik had geen baardgroei – überhaupt nauwelijks haargroei – een piepstem, had geen groeispurt doorgemaakt en was aan de mollige kant. In de stad werd mijn ID niet alleen door uitsmijters gevraagd, maar vaker door mensen die in de rij stonden om naar binnen te gaan. Mijn pubertijd kwam niet door. Iedereen werd een man en ik bleef een jongetje. Ik was wat ze noemen een ‘laatbloeier’.

Het moment waarop ik besefte dat ik echt anders was dan de rest vond plaats na de gymles. Weet je wel, die plek waar je niet als laatste gekozen wilt worden. Alle jongens kwamen bijeen in een stinkende kleedkamer. Deze stank werd veroorzaakt door een spaarzaam gebruik van goedkope Axe deodorant gecombineerd met een angst die veel onzekere 16-jarige jongens delen: de angst om hun onderbroek volledig uit te trekken en samen te douchen.

Maar, aangezien jongens toch jongens blijven – en onder invloed van testosteron een zekere bewijsdrang hebben – konden veel jongens het niet laten om sporadisch hun mannelijkheid aan te tonen.

Bij mij in de kleedkamer gebeurde dit toen Chris zijn Björn Borg onderbroek gedeeltelijk omlaag trok en er een enorme bos schaamhaar tevoorschijn kwam. Er volgde een orkest van gegiechel als hyena’s met een baard in de keel.  

Ik besloot Chris te volgen en hetzelfde te doen. In een soepele beweging trok ik mijn onderbroek naar beneden tot mijn gehele schaamstreek te zien was.

“Hahahaha kijk dan! Er zit helemaal niks! Hij lijkt wel een meisje!”

Iedereen in de kleedkamer barstte in tranen uit van het lachen.

Ik liep vuurrood aan. Al het bloed in mijn lichaam voelde ik naar mijn hoofd stromen. Daarna daalde het besef in: “Ik ben inderdaad anders”.

Hoewel ik ook in tranen uit kon barsten hield ik mezelf in. Maar vanaf dat moment in de kleedkamer vond er een keerpunt plaats. Ik wist dat ik anders was. Vanaf mijn 14e had ik al in de pubertijd kunnen zitten. Maar er veranderde niets. Geen baardgroei, geen spieren, geen zwaardere stem, geen schaamhaar, niets. Niets duidde erop dat ik mezelf ooit nog zou ontpoppen tot een volgroeide man. 

Specifieker gezegd, ik bleef een jongetje gedurende mijn hele middelbare schoolperiode. Van mijn 14e tot grofweg halverwege mijn 18e levensjaar. Dit bracht een hoop onbeantwoorde verwachtingen en onzekerheid met zich mee. 

Vastlopen in verwachtingen

Als jonge puber heb je te maken met verwachtingen. Veel verwachtingen en uit alle hoeken: verwachtingen van je ouders, verwachtingen van je vrienden, verwachtingen van leraren, verwachtingen van de maatschappij. Dit maakte dat ik op een gegeven moment vastliep in een impasse van verwachtingen. Er werd zoveel van mij verwacht dat ik geen enkele verwachting meer waarmaakte.

Hoe kan je de verwachtingen van anderen waarmaken als niet eens weet wat je van jezelf kunt verwachten?”

Ik wist zelf niet eens wat ik wilde. Laat staan dat ik alle verwachtingen uit mijn omgeving waar moest maken. Tel daar een onzekerheid over je lichamelijke ontwikkeling richting volwassenheid bij op en een depressie is geboren. Ik was gefrustreerd, had het idee dat ik nergens heen kon en was totaal de weg kwijt. Destijds heb ik vaak gedacht dat ik het niet erg zou vinden om toevallig nooit meer wakker te worden. Of als een moderne Evil Knievel over een Ravijn zou springen met een motor. Zo ongeveer. Zo erg was ik in conflict met mijn persoonlijke identiteit in. De persoon die ik wenste te zijn en de persoon die ik was, leken onoverbrugbaar ver van elkaar verwijderd te zijn. 

Niet echt een rooskleurig gedachte voor iemand die ‘in de bloei van zijn leven’ zou moeten verkeren. 

Touwtjes in eigen handen 

Er komt een punt waarop je merkt dat verdrinken in je eigen problemen niets oplevert. Als je voortdurend onder water leeft, weet je nooit wanneer je eindelijk land in zicht hebt. Vandaar dat er een punt kwam waarop ik het roer omgooide. Ik kon ervoor kiezen om kopje onder te blijven en te verdrinken, of de touwtjes in eigen handen te nemen. 

Ik koos voor het laatste. 

Er zijn altijd factoren in je leven waar je geen invloed op uit kunt oefenen. Maar op veel anderen dingen kan je dat wel. Je zelfvertrouwen moet vooral gestoeld zijn op de dingen die je wel kunt veranderen in plaats van vastlopen in de dingen die je niet kunt veranderen. 

Vanaf dat moment ben ik actief aan mijn eigen zelfvertrouwen gaan werken. Ik besloot om mezelf volledig te storten op sporten, vrouwen en het verkrijgen van een positievere mindset. 

En deze aanpak werkte want mijn zelfvertrouwen groeide met de dag. Mijn vrienden waardeerden me meer, ik had een lichaam om trots op te zijn, vrouwen hadden interesse in me en ik voelde mijzelf een stuk beter.

 

Bij vlagen verviel ik weer in oude patronen. Oude negatieve gedachtes borrelden weer op en verstrikten mij in dwangmatige vicieuze denkpatronen. Op deze momenten voelde ik mezelf weer net zo onzeker als voor mijn transformatie. Toch liet ik deze momenten nooit de overhand nemen. Niet bij stilstaan en gewoon doorgaan was mijn devies. Oogkleppen op en gas erop. Linkerbaan. 

Ik stortte me excessief op sporten en in het weekend werd mijn blik volledig verzwolgen door uitgaan en vrouwen. Ik zocht mijn toevlucht in de dingen die mij goed lagen. Validatie op de vlakken waarin ik mezelf al bewezen had. Alle situaties waarin ik mogelijk in verlegenheid zou kunnen worden gebracht probeerde ik te vermijden. Op deze manier kwam ik in een soort persoonlijk geconstrueerde wereld van schijnzekerheid terecht.  

In deze tijd voelde ik mezelf super zeker. Althans, binnen duidelijke afgebakende vertrouwde gebieden. Ik begaf mezelf alleen in omgevingen waar mijn zelfvertrouwen bevestigd werd en probeerde dit zelfvertrouwen krampachtig hoog te houden. Maar zodra deze veilige omgeving wegviel bleef er weinig zelfvertrouwen meer over. 

Ingestort zelfvertrouwen

Dat mijn zekerheid gefundeerd was op fragiele elementen werd pijnlijk duidelijk toen ik geblesseerd raakte. Sporten was niet meer mogelijk en mijn spieren liepen – samen met mijn zelfvertrouwen – leeg. Mijn hele persoon was gebouwd rondom mijn fysieke voorkomen. Een gevalletje spieren maken de man. Na 1,5 jaar aan wat in mijn ogen constructieve wederopbouw van mijn zelfvertrouwen was, kwam ik erachter dat mijn zelfvertrouwen vooral gevoed werd door externe factoren. En werd niet zozeer bepaald door interne stabiliteit. Opnieuw ging ik kopje onder. 

Dit moest anders. 

Ik kon mezelf niet permitteren om in de toekomst nogmaals uit de bocht te vliegen. Om te voorkomen dat ik wederom weg zou zakken in mijn eigen onzekerheid moest ik het roer drastisch omgooien. Ik ging nadenken over wat zelfvertrouwen nou precies inhield en hoe ik het op de lange termijn kon waarborgen. Dit leidde tot het stellen van een aantal essentiële vragen:

  • Waarom voel ik mezelf zo?
  • Waarom voel ik een angst? 
  • Waar komt deze angst vandaan?
  • Hoe komt het dat ik zo verdrietig ben?
  • Waar komt dit verdriet vandaan? 
  • Hoe kom ik van deze angst en dit verdriet af?
  • En hoe bereik ik emotionele stabiliteit?

Uiteraard vloeiden hier talloze andere vragen uit voort over mezelf, mijn interne belevingswereld en mijn omgeving. De antwoorden op deze vragen leiden mij vrijwel allemaal richten één essentieel inzicht: mijn zelfvertrouwen is sterk afhankelijk van de bevestiging van anderen.

Mijn angst lag dus voornamelijk buiten mijzelf. Ik was niet bang van mijn eigen persoonlijkheid, maar vooral van de mogelijke negatieve reactie van anderen op mijn persoonlijkheid. En eigenlijk zorgde dit ervoor dat ik mijn eigen persoonlijkheid toch in twijfel trok.

Dit voelde vreemd, want waarom zou ik de angst voor afwijzing door anderen leidend laten zijn in het bereiken van mijn eigen geluk. Het voelde vreemd om de mening van anderen zo sterk mee te laten wegen. Uiteindelijk leef je voor jezelf en niet voor anderen. Ik snapte niet waarom ik de mening van anderen soms zwaarder liet wegen dan mijn eigen mening. 

Mijn hele leven was ik vooral gericht op de goedkeurende knikjes van mensen in mijn omgeving. Mijn eigen geluk probeerde ik af te lezen aan hoe mijn omgeving over me dacht. Dit zorgde ervoor dat ik gevangen raakte in een systeem van externe bevestiging, wat ertoe leidde dat het vertrouwen op mijn eigen intuïtie volledig zoek raakte.

Kortom, ik was compleet stuurloos.

Van jezelf leren houden

Voordat ik van mezelf kon houden was het zaak om op een rijtje te krijgen wat ik belangrijk vind. Niet wat anderen belangrijk vinden voor mij, nee, “wat vind ik nou zelf écht belangrijk.”

Mijn uiteindelijke doel was om niet alleen zelfvertrouwen op te bouwen, maar ook dit zelfvertrouwen vast te kunnen houden. Om hierin te slagen is het belangrijk om met overtuiging je eigen ding te kunnen doen en jezelf hierin zo min mogelijk te laten leiden door anderen. Anderen mogen nooit de basis vormen voor jouw zelfvertrouwen. Zij mogen slechts een toevoeging vormen op je geluk. In de basis moet je zelf voor het fundament zorgen. 

Dus, een einde maken aan de zucht naar bevestiging en goedkeuring van anderen. Én jezelf voorop stellen. 

Jezelf voorop stellen 

Makkelijker gezegd dan gedaan aangezien we leven in een wereld vol met andere mensen. Jezelf voorop stellen zonder anderen daarmee te schaden lijkt op het eerste gezicht een nogal onverenigbare doelstelling. In dit opzicht is het vooral belangrijk om eerst voor jezelf duidelijk te stellen wat je wilt bereiken op de eerste plaats. Op de tweede plaats kijk je naar hoe jouw omgeving bij kan dragen aan het bereiken van jouw doelen.

Als ik naar mijn eigen verhaal kijk zie ik dat liefde voor jezelf onmisbaar is in het bereiken van je doelen. Hiermee bedoel ik niet dat je nu naar de spiegel moet lopen om je spiegelbeeld af te lebberen, maar houden van je eigen persoon kan geen kwaad.

Wij Nederlanders – en daarmee bedoel ik ook mezelf – zijn vaak te bescheiden als het om houden van jezelf aankomt. Deze zelfliefde moet voortkomen uit een gevoel van trots over wat je tot nu toe in je leven hebt bereikt. Als je geen liefde voor jezelf op kunt brengen is het heel moeilijk om liefde aan anderen te geven.

Toen ik compleet stuurloos was en bedolven lag onder een dikke rancune jegens mijn eigen persoon had ik de grootste moeite om van anderen te houden. Ik had een neiging om het leven van anderen door mijn eigen zwartgallige bril te bekijken. Dit resulteerde in een gebrek aan empathie, wat ik vervolgens moest forceren, wat resulteerde in een nog grotere uitputting van mijn – toch al lage – energpeil.

Om te voorkomen dat je jouw eigen ongenoegen en problemen in de schoenen van een ander schuift, zul je eerst van jezelf moeten leren houden. Pas dan kan je jouw omgeving de liefde geven die het verdient. Als je jouw negativiteit de overhand laat nemen, zal dit beantwoord worden met negativiteit, waardoor je jezelf nog slechter voelt dan daarvoor.

Op de momenten dat het slechter met je gaat is het makkelijk om dit ongenoegen over je eigen situatie af te reageren op anderen. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om een oude gezegde nieuw leven in te blazen: “wie goed doet, goed ontmoet”. Positiviteit uitstralen wordt door andere mensen beantwoord met positiviteit.

Hoofd boven water houden

De samenleving waar wij jonge mensen momenteel in verkeren gaat sneller dan ooit tevoren. Nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar in sneltreinvaart op en zodra je aan iets gewend bent, staat de vervanger ervan al voor de deur. Zie dan je hoofd maar eens boven water te houden.

Daarom zouden wij als jongvolwassenen beter onderwezen moeten worden in een stuk bewustwording en zelfreflectie. Nu de verschuiving van onze levens van offline naar online zich steeds duidelijker aftekent, is het belangrijk om stil te staan bij de waarden die wij intrinsiek hoog in het vaandel voeren. Er moet gekeken worden naar wat wij zelf belangrijk vinden en niet wat de media ons influistert.

Algoritmes van bedrijven schotelen ons steeds vaker informatie voor die bevestigen wat wij al denken. Terwijl de samenleving waar we nu in leven schreeuwt om een kritische houding. Om ons heen worden we dood gegooid met populistische boodschappen die in proberen te spelen op onze primitieve angsten. Aan ons de taak om hiertegen bewapend te zijn en ons eigen pad te kunnen kiezen.

Hoewel ik tevreden ben over de samenleving waarin we momenteel leven en mijn ontwikkeling die ik door heb mogen maken, blijft er altijd ruimte over voor verbetering. Les in zelfvertrouwen, zelfliefde, maar ook zelfreflectie, zouden in mijn vormende jonge jaren geen overbodige luxe zijn geweest. Mijns inziens kan je hier niet vroeg genoeg mee beginnen.

Waarom wordt hier dan niets mee gedaan? Ik wil niet vingerwijzen en het probleem bij ons institutionele systeem leggen. Dat ga ik dus ook niet doen. Maar er zou veel meer aandacht naar zelfontwikkeling en zelfontplooiing uit moeten gaan. Te beginnen bij kleuters op de basisschool. Dit zijn namelijk skills waar je de rest van je leven wat aan hebt.

Voor de mensen die hier nooit toegang tot hebben gehad, het is nooit te laat. Blijf investeren in jezelf, maar blijf ook kritisch. En vergeet niet van jezelf te houden. Jij bent liefde en deze liefde hoor je nagalmen in je omgeving.

 

Comments

comments

Laat een antwoord achter