Gino zit achter zijn bureau op werk. Over een half uur mag hij de afgelopen week voor eeuwig begraven en het weekend in zijn armen sluiten. Op kantoor beginnen collega’s van Gino al vroegtijdig met inpakken. Ze rennen met hun koffiemokken op en neer tussen het bureau en de vaatwasmachine alsof ze een 10 willen scoren op de Shuttlerun. Voor Gino daarentegen zijn dit genietmomenten. Gino heeft helemaal geen zin om te haasten. Het weekend is begonnen. Haasten is typisch zoiets voor doordeweeks. 

Bzzzzzz bzzzzzz. De telefoon in Gino’s zak trilt. Het is een bericht zijn vriendin en jeugdliefde Joanna. Ze was de eerste persoon die zijn hart op een onbewaakt moment stal in de kroeg. Voordat hij het wist was zijn hart ontvreemd door de blonde schone, en ze was niet van plan hem terug te geven. Deze misdaad leverde haar levenslang op in de ogen van Gino. Levenslang verdween ze achter de tralies van zijn hart.

Waar Gino eerst lacherig toekeek op zijn collega’s, transformeert het appje van Joanna hem tot de fanatieke jongen bij gym die juist nog harder gaat rennen zodra hij hoort dat hij een 10 heeft. De aanblik van de 6 letters op zijn telefoon gevolgd door een hartje weten zijn leven keer op keer in de zesde versnelling te zetten. Na 5 jaar voelt nog ieder weekend als een eerste date. De vlindertuin van Blijdorp zou de vlinders die momenteel rond dwarrelen in zijn buik niet eens kunnen herbergen.

Om van de ware te spreken zou een understatement zijn. Joanna was de discodip die ieder ijshoorntje nodig heeft, na een hete zomerdag luieren op het strand. 

‘Hey Gien, We moeten praten.’

Gino’s adem stokt. Praten? Zijn handpalmen worden zweterig.

‘Ik heb over wat dingen nagedacht. Is het goed als ik je zo zie?’

Alles in hem schreeuwt code rood. Dit is standaard inleiding van een klassieke break-up. Hij probeert zichzelf te kalmeren maar zijn ratio is niet in staat de paniekerige stemmen in zijn hoofd te overstemmen.

‘Wat is er dan aan de hand lieverd?’ vraagt hij haar.

Ongeduldig wacht hij op de groene tekstballon die op dreigt te poppen. Aan het typen… verschijnt er onder Joanna’s naam. Dan verdwijnt het weer. Aan het typen… Na een aantal tergend langzame seconden verdwijnt de tekst opnieuw. Gino heeft er genoeg van. Hij belt Joanna op om te vragen wat er speelt.

De telefoon gaat een aantal keer over. Joanna neemt niet op.

‘Kom me alsjeblieft ophalen zometeen op centraal. Ik vertel het je liever persoonlijk..’ valt er met zwarte letters in de grijze tekstballon te lezen.

De moed zakt hem in de schoenen. Dit overkomt hem niet. Niet hem. Hij is aan het dromen. Echt, dit is een hele nare droom waar hij binnen enkele seconden uit ontwaakt met een warme bil die tegen zijn scrotum aangedrukt ligt. 

‘Yo Gino, fijn weekend gozer!’ hoort hij vanuit de linkerhoek. Een deur valt dicht. De woorden van zijn collega Bram schudden hem meteen wakker. Het is de realiteit die hem met een kneep in zijn vel weer met beide benen op de grond zet. Maar de nachtmerrie waar Gino zich eerst in bevond duurt nog steeds voort. Het denkbeeldige doemscenario van iedere verliefde persoon is werkelijkheid geworden. Vriendinnetjes moeten niet zomaar met je praten.

Ondertussen is bijna het gehele kantoor leeggelopen. Gino grijpt zijn spullen bij elkaar, grist zijn jas van de kapstok en stapt in de auto op weg naar het station. Met aangespannen kaken en een lege blik wacht hij voor een rood stoplicht. Zijn handen binden het leren stuur af als slaaf die in opstand komt tegen zijn meesteres. Zijn periferie is één grote waas. Alle aandacht gaat onverdeeld naar de aanblik van zijn vriendin op het station. 

Rechts van hem komt het station in zicht. De afstand van zijn auto tot het station is hemelsbreed maximaal 200 meter, maar voor zijn gevoel rijdt hij over Route 99. 

In de verte ziet hij een waas van een zandkleurige wollen jas. Eentje die hij uit duizenden herkent. De rode blossen steken complementair af tegen haar goudblonde haar. Joanna kijkt treurig neer op haar witte vouwfiets.

‘Wat wil je me nou zeggen Joanna?’ vraagt Gino direct als de deur van auto geopend is.

‘Ik wil het er hier niet over hebben Gino. Niet met al deze mensen erbij. Wil je mijn fiets achterin leggen alsjeblieft?’

‘Joanna als je het uit gaat maken dan kan je dat nu ook zeggen. Niemand heeft trek in zoete broodjes op dit moment.’

‘Gino ik heb even tijd voor mezelf nodig. Op dit moment kan ik niet bieden wat jij nodig hebt.’

‘Maar Joanna, hoe weet je wat ik nodig heb. Ik kom niet tekort. Kan je me in godsnaam zeggen wat ik verkeerd heb gedaan?’

‘Nee Gino, het ligt niet aan jou. Het ligt aan mij.’

‘Joanna, alsjeblieft. Geef het een kans. Laat me niet zo achter. Niet nu.’

‘Maar Gino ik laat je niet achter. Ik zal er altijd voor je zijn.’

‘Echt Joanna?’

‘Ik bedoel… We kunnen toch vrienden blijven.’

Gino’s hart wordt voor zijn neus op het trottoir platgewalst. Het ligt daar nu te creperen onder de zool van een loodzwaar aanbod – het aanbod om vrienden te blijven.

‘Joanna wij kunnen samen de wereld zijn, de sterren en het heelal. Samen alleen op de wereld. Er is alleen één ding dat niet kan. En dat is alleen met jou zijn als iemand anders je hart bewoont. Ik wil geen bezoeker zijn van Heartbreak Hotel. Ik wil de enige gast zijn in jouw hotel met een oneindig aantal verdieping. Voor altijd en alleen, met alleen jou als hoteleigenaar.’

‘Sorry Gino. Momenteel ben jij niet de enige in het hotel. Vorige week is er iemand gearriveerd in de bruidssuite. Ik ben bang dat je de sleutel in moet leveren.’

Gino stapt in de auto. Tranen rollen over zijn gebruinde wangen. Radio 538 draait met ‘afscheid nemen bestaat niet.’ Het moet zo zijn. Dit is zijn kans om op zoek te gaan naar zijn lege hotel.

En daar mag hij de enige gast zijn. Met alle liefde.

Gino’s <3 Hotel Out of Office

Comments

comments

Laat een antwoord achter