Hij staart hoopvol naar het scherm van zijn telefoon. Whatsapp staat open. Al meer dan 3 uur geleden heeft hij een bericht gestuurd. Een bericht aan zijn beste vriend Jimmy om te vragen of hij vanavond tijd heeft om op pad te gaan. Hij en Jimmy zijn al onafscheidelijk sinds hun eerste schooldag in groep 3. Beiden kwamen ze het klaslokaal binnengelopen op sneakers met lichtjes in de zool. Ze waren meer disco dan de ledvloer op een groovy back to the 70’s discofeestje in zuidoost. Als Gloria Gaynor nog had geleefd, had ze They will survive als ode aan hun vriendschap bezongen. Waarschijnlijk hadden de twee als 6 jarigen nog nooit van disco gehoord, maar ze waren voorbestemd voor elkaar.

Inmiddels zijn er 182 minuten verstreken. Jimmy zijn reactie blijft uit. Normaal gesproken raken ze niet uitgepraat. Hele avonden typten ze weg op Whatsapp. Hun binnenzakken hadden meer geheimen voor ze dan ze voor elkaar hadden. Ze waren het tekstboekvoorbeeld van een bromance. Mochten zij de laatste overlevenden zijn op deze planeet, dan zou een synergetische coïtus tussen hun zielen plaatsvinden en zou hun baby als een Alstroemeria in de volle grond van het tuintje in hun hart groeien. Puur omdat de wereld dit nodig had. 

Een traan rolt langs zijn wang bij de gedachte aan een liefdesbaby van hun samen. Normaliter zou hij de rillingen krijgen bij de gedachte dat twee mannen fysiek zijn met elkaar. Bij Jimmy niet. Jimmy is zijn maat. Hij houdt van Jimmy. Niet dat hij ook echt met Jimmy naar bed zou gaan. Tuurlijk niet. Dat zou gay zijn. Maar in zijn dromen zou hij Jimmy nooit afwijzen. Als Jimmy, Jaimy zou heten en minimaal een volle C cup droeg ter grootte van twee volgroeide cavia’s zou hij haar gedaan hebben. Zonder twijfel.

Zijn dagdroom wordt bruut verstoord door een agressief trillende telefoon. Het scherm van zijn telefoon licht op.

“Yooo maat! Alles goed? Heb echt een dik paar nieuwe schoenen gehaald!”

Twijfelend kijkt hij naar zijn telefoon. Zal hij nog even wachten met reageren? Hij wacht ten slotte al uren op een reactie. Met een diepe zucht opent hij Whatsapp.

“Ja lekker man. Oh echt, welke heb je gehaald dan?”

“Ik heb nieuwe Clarks gehaald. Bruine. Ze zitten echt super lekker. Heel blij mee!”

Oh, maar je had toch laatst nog een nieuw paar schoenen gehaald?

“Ja klopt, maar die heb ik weggegooid. Vond ze uiteindelijk toch niks.”

“Zonde. Je kan ze toch achter de hand houden als reserveschoenen? Ze zouden ooit nog eens van pas kunnen komen. By the way, ik dacht trouwens dat je Clarks schoenen vond voor elitaire zestienjarige kakkertjes. Van die mannetjes die op de donkerblauwe vespa van pappie en hun Polo Ralph Lauren pet achterstevoren door De Pijp scheuren”

“Heb ik dat ooit gezegd?”

“Met volle overtuiging”

“Ja, maar toen kende ik Dahlia nog niet. We hebben ze eigenlijk samen uitgezocht”

“Wie is Dahlia?” typte hij terwijl hij het antwoord eigenlijk al wist. 

Met dit scenario had hij in gedachte geen rekening gehouden. De band tussen Jimmy en hem was zo hecht, dat het niet eens in hem op was gekomen dat iemand mogelijk tussen hen in zou komen te staan. Bij het horen van haar naam viel alles op zijn plek. 

“Dahlia is een chick waar ik een beetje mee bezig ben. Maar voordat je iets zegt, dit is niet zomaar een chick. Dahlia is anders dan de rest.”

“Anders als in…”

“De enige chick waarmee ik zou overwegen om een half jaar richting Latijns Amerika te trekken. Haar familie woont daar. Ze is klaar met Nederland en het kutweer hier. Ik trouwens ook. En kom op laten we eerlijk zijn, Nederland heeft me nooit echt getrokken.”

“Nederland heeft je nooit getrokken?? Jimmy, je wilde laatst een appartement kopen in Noord man?!” Zijn vingers sloegen de touchscreen toetsen op zijn telefoon aan alsof het een typmachine uit 1930 met vastgeroeste toetsen was. 

“Misschien heb ik het nooit tegen je gezegd, maar ik dacht het altijd wel…”

“Gast we vertellen elkaar alles. Als mijn hand niet samen met jouw hand op die pens van je ligt, dan liggen onze handen wel op de mijne. Twee zielen één gedachte, weet je nog?”

“Je reageert overdreven. De tickets zijn trouwens toch al geboekt. Er is weinig meer aan te veranderen.”

“Nou Jimbo, veel plezier met Dahlia pik. Zie je over een half jaartje wel weer een keertje verschijnen dan hè, lamlul!”

“Hahaha grapjas ben je ook hè! Zal ik je nog een mooiere grap vertellen… Ik ben weg. Niet alleen uit Nederland, maar ook uit jouw leven. Doei Erik.”

Dat was het laatste wat hij van Jimbo vernam. Dit was waar 20 jaar vriendschap tot had geleid. 

Weken gingen er voorbij dat ze elkaar niet spraken. De weken werden maanden. Jimmy was voor Erik nog maar een schim van wat hij ooit voor hem betekend had. Niet meer dan een aantal vage herinneringen aan wat gekke momenten en een paar snaps die nog op zijn telefoon opgeslagen stonden. Verder had hij alles verwijderd van de persoon die hem zomaar de rug toegekeerd had.

Die zomaar kwam in de gedaante van een vrouw, vernoemd naar een kale bloem uit Mexico. Dahlia. 

De hele situatie was voor Erik bijna surrealistisch. Als hij eraan dacht kon hij vaak alleen maar kokhalzen. Hij wilde het liefste alles wat nog in hem zat eruit gooien. Helaas kwam er nooit iets uit. Misschien wel omdat er niks meer zat. Jimmy was voor hem nog minder dan drab die je onder je schoen vindt na een goede avond doorhalen in de stad.

Zijn beste vriend was overleden en hij bleef achter op zijn kamer, 5-hoog in Bos en Lommer. Als weduwnaar in de grote stad.

28 april. Het is ondertussen vier en een halve maand geleden dat Jimmy zijn biezen pakte en richting Latijns-Amerika vertrok. Zonder een adres te geven of iets. Erik wist niet eens in welk land hij precies verbleef. Nog geen kaartje had hij ontvangen.

29 april. Erik kijk op zijn telefoon. 3 gemiste oproepen? Van een onbekend nummer? Zou het iets dringends zijn? Zonder aarzeling swiped hij het onbekende nummer met zijn duim naar rechts. De telefoon gaat een aantal keer over. Dan neemt er iemand op.

“Erik, voordat je begint met praten wil ik je iets zeggen. Ik heb een enorme vergissing begaan. Ik vraag je niet om me te vergeven. Je medelijden hoef ik ook niet. Het enige dat ik van je wil is dat je even naar me luistert.”

Erik zwijgt. Woede zou in dit geval de meest voor de hand liggende reactie zijn. Hij zou stoelen door het huis kunnen smijten. Tranen zouden langs zijn wang kunnen rollen. Zijn neusholten zouden zo vol met snot kunnen zitten van verdriet dat hij gedwongen was om via zijn mond te ademen.

Maar Erik voelt niets. Hij zwijgt afwachtend.

“Erik je bent mijn beste maat. Toen Dahlia vreemd ging besefte ik me wat voor fout ik heb begaan. Ik heb mezelf mee laten slepen en kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Je had gelijk: ik ben een lamlul. Van het formaat dat je alleen in de foutste pornofilms tegenkomt.”

Dan volgt er een stilte. Zowel Erik als Jimmy zeggen beiden niets. Er heerst een spanning die door de telefoon voelbaar is. 23 pijnlijke seconden passeren er voordat Erik het zwijgen doorbreekt:

“Jimmy, ik heb je maar één ding te zeggen. Vriendschap is een illusie. Vriendschap is een droom, een oude leren schoen, met een dun laagje chroom. Veel plezier met je Clarks. Ik hoop voor je dat deze wel lekker zitten”

Comments

comments

Laat een antwoord achter