Hij probeert te huilen, maar de tranen komen niet. Het is als dat laatste beetje tandpasta in de tube dat je er na tien keer vouwen net niet uitgeperst krijgt. Zijn ogen voelen als een zaterdagochtendkater. Hij dwingt zichzelf om te voelen. Maar met iedere poging lijkt hij zijn hart te asfalteren met een dikke laag smurrie.

Hoe is het mogelijk dat een plaatje volledig kan kloppen in je hart, maar je hoofd weigert deze ritmische symfonie te erkennen. Deze vraag stelt hij zichzelf keer op keer. Hij voelt zich schuldig dat hij twijfelt over iets dat zo’n onbetwistbare schoonheid bevat. Het is alsof iemand hem uit moet leggen waarom hij blij moet zijn met het winnen van de loterij.

Het maakt hem bang. 

Hij vreest voor de dag waarvan hij niet weet wanneer die komt. Het moment waarop haar blik wordt opgeslokt door wie hij had kunnen zijn. Hij vreest voor het moment waarop haar ogen uit liefde weigeren ook maar een enkele saccade af te wijken.  Haar ogen vergrendelt in de blik van de persoon die hij niet durfde te zijn.

De man die dit wel durft zal de persoon worden waarbij alle mannen die vanaf dat moment haar pad kruisen in het niet vallen. Haar hoofd zal gevuld zijn met niemand anders dan hem. En niemand zal het lukken deze nieuwe troonopvolger te onttronen. Zelfs niet een oude prins. 

Deze nieuwe koning zal haar laten voelen hoe onwaarschijnlijk diep de put van zijn onvoorwaardelijke hart is. Zij zal het niet eens kunnen geloven, en tot de dood hun scheidt versteld blijven staan van de onbegrensde diepte. Voor deze man zal niks van haar als vanzelfsprekend worden ervaren. Zijn liefde voor haar zal weigeren ook maar iets van deze vrouw voor lief te nemen. Zij zal gewaardeerd worden van het moedervlekje op haar linkerborst tot haar neus die meebeweegt tijdens het praten. Uren zal de geluksvogel ernaar kunnen kijken. Zijn kloppende hartspier zal er een liefdessymfonie op dirigeren. 

Het maakt hem bang. Bang dat hij dat ook wil, maar het niet kan.

“Ik wil je vinden voordat ik je moet zoeken in iedereen, en je daar niet bent”

Het visioen van de handen van deze nieuwe koning die haar dragen alsof er geen enkele andere vrouw op de wereld bestaat – het laat zijn maag draaien. Hij wil niet diegene zijn die haar alleen laat voelen als ze met hem is.

Wat hij wil is dat ze zich alleen voelt, alleen met hem op een wereld die er dan niet meer toe doet. Het enige dat op die plek telt is hun samenzijn. De tijd staat daar stil, terwijl om hen heen alles voorbij vliegt.

Ik wil de dag voor zijn waarop ik mezelf realiseer hoeveel ik je mis en je er dan niet meer bent, schrijft hij met een dikke viltstift op een Post-it.

Ik wil dat je me herinnert om wat we waren in plaats van wat we niet waren, kerft hij in het aanrechtblad.

Maar het laatste wat ik wil is je laten wachten op iets dat misschien nooit komen zal. Zijn hart weigert het te schrijven. Het water achter zijn oogleden welt op.

Zijn wimpers kunnen niet voorkomen dat er een traan over zijn wang rolt. Hartstochtelijk vocht sijpelt door de smurrie. Hij vangt de traan op met zijn tong voordat deze voor eeuwig verdwijnt in het groezelige tapijt onder zijn blote voeten. 

De smaak van deze traan zal hij koesteren. Het is de zoutste traan die hij ooit geproefd heeft.

Roestig is hij zeker niet.

Comments

comments

Laat een antwoord achter